Welke ziektes

Vlekziekte door ongedierte

7-4-2014: 

Ratten en muizen zijn ongewenste bewoners in pluimveestallen. Ze eten mee uit voerbakken en knagen aan de inventaris. Maar het vervelendste is: ze kunnen ziektekiemen bij zich dragen die zowel bij het pluimvee als de mens ziekten kunnen veroorzaken. Bij pluimvee spelen muizen een belangrijke rol in het overdragen van salmonella, Campylobacter, Pasteurella (veroorzaakt vogelcholera) en kwaadaardige E. coli. Maar ook bij een aantal virusziekten, zoals AI, kan ongedierte een rol spelen.

Salmonella

Muizen en ratten kunnen drager zijn van de meeste salmonella’s die ook bij pluimvee voorkomen, inclusief S. Typhimurium en S. Enteritidis. Hoewel knaagdieren ook gevoelig zijn voor de negatieve gevolgen van een salmonella-infectie, verlopen de meeste infecties symptoomloos. De bacterie wordt daarna met de keutels uitgescheiden. Deze kunnen direct worden opgenomen door de kip. Er zijn geen onderzoeksresultaten uit Nederland bekend, maar in andere landen is gebleken dat 20% van de ratten met salmonella besmet is. In Engeland werd een besmettingsniveau van 10% vastgesteld en is aangetoond dat een met salmonella besmette keutel meer dan 86 dagen infectieus kan zijn. Ook bij de verspreiding van S. Gallinarum kunnen knaagdieren een rol spelen. Hoewel geen vermenigvuldiging van deze typische vogelbacterie in het knaagdier plaatsvindt, kan het dier toch een passieve vector zijn die de bacterie van het ene naar het andere bedrijf versleept. Voor Campylobacter-infecties worden vergelijkbare resultaten gevonden als voor salmonella.

Vlekziekte

Vlekziekte wordt veroorzaakt door de bacterie Erysipelothrix rhusiopathiae. Deze bacterie werd al in 1876 geïsoleerd door de microbioloog Koch. De bacterie komt voor in grond en water, en geeft vooral ziekten bij varkens, schapen, kalveren en pluimvee. Er kunnen diverse stadia optreden van de ziekte, van acuut (bloedvergiftiging, koorts, uitdroging en diarree), subacuut (vlekken), tot chronisch (gewrichtsontsteking en hartklepontsteking). De mens kan besmet raken door krab- of snij-incidenten tijdens contact met besmette dieren.

De belangrijkste reservoirs voor de vlekziektebacterie zijn varkens, knaagdieren en vogels. Hoewel ook ratten en muizen gevoelig zijn voor ziekten die optreden na een infectie met Erysipelothrix rhusiopathiae, spelen knaagdieren een belangrijke rol in de introductie van de bacterie op een pluimveebedrijf. Opmerkelijk is dat het aantal vlekziekte-uitbraken in Nederland stijgt als het weer slechter wordt en het voeraanbod voor knaagdieren buiten de stal minder wordt. Wanneer de maïs en het graan worden geoogst, gaan de knaagdieren massaal naar binnen.

Ongediertebestrijding 

Actieve ongediertebestrijding is van groot belang om ziekten en infecties te voorkomen. Ongediertepreventie en -bestrijding vragen echter om uitgebreide kennis over de leefwijze van het ongedierte. Het is daarom verstandig de aanpak over te laten aan professionals. Veel pluimveebedrijven hebben een standaard contract met een bestrijdingsbedrijf, waarbij elke zes weken een bestrijdingsbezoek plaatsvindt. Als routine is dat voldoende, maar indien ziekten in de buurt aanwezig zijn of als de knaagdierdruk gaat toenemen, is deze frequentie onvoldoende. Dan is het zaak extra preventief te handelen.

Ook nadat de dieren zijn afgevoerd is het van belang om extra controles en wering uit te voeren, zeker als er een ziekte aanwezig was in het vorige koppel. De ziektekiem kan aanwezig blijven in het knaagdier en zo een volgend koppel besmetten. Op het moment dat er niet meer gevoerd wordt in de stal zullen de knaagdieren andere routes gaan kiezen om hun voedsel op te halen. Het is zelfs mogelijk dat ze daarbij op andere bedrijven komen en nieuwe ziektekiemen meebrengen. Bespreek problemen op het bedrijf met de planner van het bestrijdingsbedrijf, zodat hij op basis van een risicoanalyse een werkplanning kan maken.